vrijdag 15 december 2017

Winter



Wiske:

Zo, ik mag weer eens wat zeggen van Ma Tok.
Ik heb gehoord wat er allemaal is veranderd in het broedhokje, dat nu een kwartelhokje is geworden. Het is helemaal aangepast aan die twee kleintjes. En zo hoort het ook, als je voor iemand gaat zorgen moet je dat goed doen, dat ben ik helemaal eens met Ma Tok.

dé plek voor een zandbad: achterin de Tok-tuin
Dat er ook een heus zandbadje is gekomen voor ze had ik nog niet in de gaten, dat is wel fijn. Wij nemen onze baden altijd achterin de tuin, maar daar kunnen Gerrit en Geertje natuurlijk niet komen. Ma Tok denkt dat ze niet los in de tuin kunnen gaan lopen. Ze heeft namelijk gelezen dat kwartels niet samen met kippen kunnen worden gehouden omdat de kippen die kleintjes gaan pikken. En als ik denk aan hoe het ging met Yvonne en Yvette, toen die nog los in de tuin liepen, kan ik me voorstellen dat Ma Tok dat niet gaat proberen.
Het schijnt ook zo te zijn dat kwartels 's avonds hun hok niet
sneeuw op het net (van bovenaf gezien)
meer kunnen vinden.
Dat zou betekenen dat Ma Tok ze elke avond zou moeten gaan zoeken in de tuin en daar voelt zij niet zoveel voor.
Dus ze blijven lekker in hun aangepaste hok wonen en volgens mij vinden ze dat prima.
Wij hebben alweer onze eerste sneeuw gehad hier.
Het was even schrikken toen we nietsvermoedend uit ons huis kwamen. Het leek heel donker buiten, dat kwam omdat ons beveiligingsnet helemaal volgesneeuwd was. Het zag er raar uit, het leek wel een heel grote wolk vlak boven de tuin.
Nu de sneeuw weer is verdwenen
de tuin onder het net is toch ook wit geworden
kun je zien dat het net een beetje is doorgezakt door de lading, die erop gelegen heeft. Ma Tok zei dat ze na de winter wel zou kijken of het recht getrokken moest worden, nu heeft dat geen zin, er komt misschien nog wel een heleboel sneeuw als het weer kouder wordt.
We kregen ook allemaal koude voeten van het buiten lopen.
Die gingen we telkens binnen opwarmen, dat was wel gezellig. Zo ontstonden er allerlei gespreksgroepjes, Ma Tok zei dat het wel een theekransje leek in ons huis. Wat dat is weet ik niet zo goed, maar het is vast iets heel gezelligs. Ma Tok zei dat het
voeten warmen in het Tok-huis
iets voor dames was, dus wat dat betreft klopte het wel.
Alleen Daantje en Dirkje kan ik met de beste wil van de wereld geen dames noemen, die gingen natuurlijk weer lol trappen.
En Geertrui, is dat een dame? Daar mag u over beslissen, lezer, dat hoor ik dan wel als u dit verhaaltje gelezen hebt.
Zij deed met de twee ondeugden mee, op een gegeven moment kreeg ik een hoopje sneeuw tegen mijn kop.
U begrijpt wel wie de dader was. Juist ja, Geertrui en Daan en Dirk zaten bovenop de voerton en zij schoven met hun snavels de
sneeuw op de voerton voordat Geertrui
en Daantje en Dirkje erop gingen zitten
sneeuw naar elke kip, die vlak langs liep. Zoiets kun je toch alleen maar duiden als een kwajongensstreek?
En een lol dat ze hadden met hun drieën, ze vielen van de ton van het lachen.
Nu is de sneeuw weer helemaal verdwenen en de struiken zijn weer groen.
Maar ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat de winter voorlopig nog niet voorbij is.
Gerrit en Geertje hebben de sneeuw wel gezien, maar er natuurlijk niet in gelopen. Dat is maar goed ook, ze zouden er helemaal onder verdwenen zijn, die kleintjes. Ze riepen wel dat ze het een mooi gezicht vonden en ik hoorde ze ook lachen om de ondeugendheid van Geertrui en haar boefjes.
Humor hebben ze dus zeker.
En dat is één van de belangrijkste zaken in het leven.

dinsdag 12 december 2017

Kippenhok wordt kwartelhok (2)


Geertje:

Het wordt steeds fijner in ons hok.
Ik zal dadelijk vertellen hoe wij ons nu lekker warm kunnen houden hier.
Maar eerst even iets anders.

Gerrit neemt een zandbad
Wat Gerrit nog niet heeft verteld is dat wij nu ook een eigen bad hebben in ons hok. Nee, geen waterbad, een zandbad.
Wij vinden het heerlijk om minstens één keer per dag een uitgebreid zandbad te nemen.
Zo houden wij onze veren schoon en we gaan ook luizen tegen.
Die hebben we niet en dat willen we graag zo houden.
Ik heb gehoord dat Ma Tok nu alles aan het lezen is over kwartels.
Desiree zei dat dat altijd zo gaat bij haar, als ze dieren krijgt om voor te zorgen wil ze echt alles over die dieren weten.
heerlijk onder de takjes
Daar kunnen wij alleen maar voordeel van hebben en dat merkten we dan ook toen zij aan de slag ging om ons hok beter in te richten voor kwartels. Want eigenlijk was het een kippenhok. Ik heb gehoord dat hier een hen met haar kuikens heeft gewoond de afgelopen zomer.
Leuk hoor.
Ik heb nog nooit kuikens gehad en ik weet niet of dat ooit nog gaat gebeuren. Gerrit en ik zijn al behoorlijk op leeftijd en als je oud bent krijg je meestal geen
de drinktoren met drinkbakverwarmer eronder in het Tok-huis
kleintjes meer.
Ik zou het wel erg fijn vinden om dat een keertje mee te maken, dan zou ik broeds moeten worden als het lente is geworden.
We wachten het maar af.
Maar nu het grootste nieuws:
wij hebben een echte verwarming gekregen van Ma Tok. En niet zo maar een verwarming, nee, een heuse vloerverwarming! Niet door het hele hok, wij kunnen nu dus kiezen of we warm of koel willen zitten.
Luxe hè?
Hoe Ma Tok dat voor elkaar gekregen heeft?
Gerrit en Geertje op hun vloerverwarming
Zij vond het tijd worden om de drinkbakverwarmers weer te gaan gebruiken, om te voorkomen dat het drinkwater van de familie Tok zou bevriezen. En zo kwam zij op een lumineus idee.
Ze had zo'n verwarming over en ze bedacht dat wij die misschien wel konden gebruiken voor onze voeten.
Om helemaal zeker te weten of dit niet gevaarlijk was belde zij met dierenhandel Hoogendoorn, waar de medewerker, die zij aan de telefoon had, zei dat dit absoluut geen kwaad kon en dat hij het wel een strak plan vond. Dus nu zitten wij als we het koud
de verwarming en de eettafel
hebben even lekker tegen elkaar aan op onze vloerverwarming.

Tot nog toe bevalt het ons goed in de Tok-tuin, al hebben we hier minder ruimte dan in onze volière.
Misschien bedenkt Ma Tok daar ook nog een keer iets op, al is het niet echt nodig, we hebben hier alles wat we willen. Ze had het over de zomer, dat ze dan misschien een rennetje met een nachthokje op de grond voor ons zou maken, maar dat is voorlopig nog niet aan de orde. Bovendien ga je als je ouder wordt meestal kleiner wonen, heb ik gehoord, dus wat dat betreft zitten we prima in dit hok.
We voelen ons nu echt bij de familie horen, wij, Gerrit en Geertje Tok.

vrijdag 8 december 2017

Kippenhok wordt kwartelhok (1)


Desiree:

Ik ben blij, heel erg blij.
Omdat Geertrui, mijn enige overgebleven mede-kuifhoen, nu ook het hele alfabet heeft overleefd. We worden wel oud hier in de Tok-tuin.

Desiree houdt haar kop scheef om Gerrit te verstaan
Dat komt vast omdat we het hier zo naar ons zin hebben.
En omdat we een goede verzorging krijgen, dat ook ja.
Ik heb al geprobeerd om met Gerrit en Geertje te kakelen, maar dat gaat erg moeilijk omdat zij zo hoog zitten en vooral omdat ze zulke zachte stemmetjes hebben.
Ik heb tegen hen geroepen dat zij het hier goed zullen hebben en dat ze hier oud zullen worden. Gerrit probeerde iets terug te roepen, maar ik kon het niet helemaal verstaan, ik hoorde wel iets als "Wij zijn .. oud, hoe ... bent u?"
Ik denk dat hij bedoelde te zeggen dat zij ook al oud zijn en dat hij mijn leeftijd wilde weten. Dus ik riep terug dat ik al veertien jaar ben, waarop Gerrit een verbaasd "Kwi-kwi-kwi" liet
Gerrit en Geertje samen in hun hokje
horen.
Ik begreep dat hij niet weet hoe oud hij precies is, maar vast nog geen veertien jaar. En Geertje is jonger, die is een jaar of zeven. Van Ma Tok hoorde ik dat dat al best oud is voor een kwartel, die worden gemiddeld een jaar of vijf. Zij moeten het dus goed gehad hebben bij hun vorige verzorgers.
Ik hoop dat zij nog lang hier bij ons in de tuin zullen mogen wonen. Ma Tok heeft intussen allerlei aanpassingen aan hun hok gemaakt, omdat een kwartel nu eenmaal geen kip is, al is het wel een hoenderachtige.
Ik geef het woord nu weer aan Gerrit, dan kan hij vertellen wat er is veranderd in zijn hok.





Gerrit:

Ja, mensen, daar ben ik weer.
Ik moet zeggen dat het wel even wennen is om tegen u te praten, maar ik vind het toch erg leuk.

het gesloten trapje naar het nachthokje
Desiree heeft u al wat verteld over ons hokje, maar zij kan er niet zo goed in kijken, zodat zij ook niet precies weet wat er nu veranderd is door Ma Tok. Allereerst heeft Ma Tok het trapje naar ons "nachthokje" dichtgedaan.
Omdat wij grondkwartels zijn gaan wij nooit trapjes op, dus we gingen ook niet naar ons nachthokje, nee, we bleven altijd beneden zitten. En daar is het best een beetje koud, omdat er tralies zijn aan de voorkant en daar komen de wind en de koude lucht zo doorheen.
Ma Tok had dit gelukkig in de gaten en zij zette Geertje en mij
het nieuwe, door Gerrit en Geertje afgekeurde hokje
elke avond met de hand in ons slaapverblijf.
Het trapje af de volgende morgen was geen probleem, naar de grond gaan wij altijd wel, want daar horen wij.
Nu stond er in onze oude volière nog een klein nachthokje van ons en Ma Tok heeft dat opgehaald om dat in ons dagverblijf te zetten. Helaas bleek dat hokje veel groter te zijn dan zij had gedacht, zodat zij een nieuw hokje voor ons ging kopen.
Maar wij houden niet zo van in hokjes zitten, dus wij gingen er niet in.
eet- en drinkbakjes

Ma Tok heeft ook een beter drinkbakje voor ons geregeld, zodat wij niet telkens water morsen, waardoor de bodembedekking nat wordt.
Nat is niet goed voor kwartels, dus Ma Tok bleef maar bodembedekking vervangen en ons hok droogmaken, dat was niet erg praktisch.
Er zitten knikkers in ons drinkbakje, dat maakt het lekker zwaar, zodat we het niet omtrappen als we gaan drinken of als we er langs lopen.
Er zijn ook wat takjes in ons hok opgehangen, daar zitten wij graag onder, dat had Ma Tok gelezen op het internet.
Ze wil alles over ons weten nu ze onze zorg op zich heeft genomen.
In het volgende verhaaltje zal Geertje vertellen hoe het komt dat wij het nu niet meer koud hebben in ons hokje hier in de Tok-tuin.

vrijdag 1 december 2017

Het verhaal van Gerrit en Geertje


Gerrit:

Hallo, ik ben Gerrit en ik ben een Europese kwartel.
Ik mag u vertellen hoe mijn kleine vriendinnetje en ik hier zijn terecht gekomen.

Gerrit
Ik zeg "mijn kleine vriendinnetje" omdat ik nog even moet wennen aan het hebben van een naam. Zij heet nu Geertje en ik dus Gerrit.
We hebben niet alleen een voor- maar zelfs ook een achternaam gekregen. Die achternaam is Tok. De hele familie hier heet zo en wij zijn nu ook bij die familie Tok ingelijfd.
Ik ben reuze trots op mijn naam en Geertje is dat ook.
Bij onze vorige verzorgers heetten wij gewoon "de twee kwartels", ook niet verkeerd, maar niet erg uniek als je altijd wordt aangeduid met je soortnaam. Het zou voor u net zo zijn alsof iedereen u "dat mens" zou noemen.
de volière (buitengedeelte)
Maar nu ons verhaal.
Ik woonde al heel lang bij een man, die altijd goed voor mij zorgde.
Ik woonde daar niet alleen, nee, er waren in hetzelfde hok een heleboel kleine vogeltjes. Dat hok heette eigenlijk een volière. Er was ook een groot nachthok, waar in de winter de verwarming aanging. Zo hadden wij het daar goed, die vogeltjes en ik. Sommige van die kleintjes konden prachtig zingen, daar luisterde ik graag naar en onze verzorger ook.
Er waren eerst nog meer kwartels bij ons in de volière, maar op de één of andere manier
was ik op een gegeven moment
deel van de volière met nestkastjes
op een stok kunt u een klein geel vogeltje zien
nog alleen over.
Totdat de man met een heel klein zwart kwarteltje aankwam, zodat ik weer gezelschap had van een soortgenoot.
We gingen kort daarna ook verhuizen, met volière en al. Omdat ons huis mee verhuisde maakte het ons niet zoveel uit, die verhuizing.
Wat wél een grote verandering teweeg bracht was dat de man na een heleboel jaren opeens niet meer bij ons kwam om ons eten en drinken te geven.
Nee, nu kwamen er telkens andere mensen om voor ons te zorgen.
Wij kregen dus wel ons natje en droogje op tijd, maar we misten onze vaste verzorger toch wel.
Zijn vrouw kwam ook vaak, maar zij had minder plezier in ons dan haar man.

En nu mag Geertje verder vertellen, want ik ben er schor van geworden.
Ik ben niet meer één van de jongsten, dus ik geef het woord graag over.





Geertje:

Ik ben een Chinese dwergkwartel, die zijn kleiner dan de Europese, zoals Gerrit.
Ik ben op een gegeven moment bij Gerrit komen wonen in de grote volière bij de man, die voor ons zorgde tot vorig jaar.

Geertje
Wij hebben hem nog een keer gezien, toen zat hij in een stoel met wielen eronder. Tja, toen begrepen wij wel dat hij niet meer voor ons kon zorgen.
Ik woonde inmiddels al een heel aantal jaartjes bij Gerrit en wij waren goede vrienden geworden. Op een dag kwamen er mensen bij ons de volière in en zij begonnen de kleine vogeltjes te vangen met een net.
Ze werden allemaal in een hok gedaan en toen dat vol was werden de kleintjes weggebracht.
Wij bleven achter met nog een stuk of tien kleine vogeltjes, die er niet meer bij hadden gekund
Gerrit en Geertje in het hokje
in het hok. Die zouden later worden opgehaald, hoorden we. "En wij dan?" vroeg ik aan Gerrit. "Dat weet ik ook niet," antwoordde hij, "maar het zal wel goed komen, ze laten ons hier echt niet verhongeren, dat weet ik zeker."
Een paar dagen later kwam er een vrouw onze volière binnen lopen. Wij kenden haar wel, zij had al eens een week voor ons gezorgd in de vakantie van onze eigen mensen.
Ze ging eerst de overgebleven kleine vogeltjes eten en drinken geven en toen pakte ze een
ons hok heeft ook een trapje naar het nachthok
kooitje dat op de grond stond.
Ze deed daar voer in en toen pakte ze eerst Gerrit op. Ze zette hem in het kooitje en het deurtje ging dicht. Even later werd ik ook opgepakt en in het kooitje gezet. En toen nam ze ons met kooi en al mee, de tuin uit. We mochten even in de kamer bij onze oorspronkelijke mensen zitten en daarna werden we door de vrouw, die, zoals wij later hoorden, Ma Tok heette, meegenomen naar haar huis.
Daar zaten we in ons kooitje nog even in een grote schuur en toen kregen wij samen, Gerrit en ik, een heel mooi hok, helemaal alleen voor ons tweeën.
We hoorden ook dat we allebei een naam hadden gekregen, daar waren wij heel blij mee.
Vanuit de tuin hoorden we allerlei geluiden, het tokken van kippen en ook het gekraai van een haan. Dat klonk prachtig, maar wel erg luid. Wat een grote haan moest dat zijn! Ik kroop dicht tegen Gerrit aan, dat voelde lekker veilig.
En nu wonen wij alweer een heel tijdje hier in de Tok-tuin.
We beginnen ons al een beetje thuis te voelen in ons fijne hokje.

vrijdag 24 november 2017

Klein


Barbara:

Die twee nieuwe leden van onze familie zijn wel heel erg klein, hoor.
Ze zijn echt véél kleiner dan Babette en ik.

Barbara is kleiner dan Laza en de andere Chabo's

Het lijken wel kuikentjes, zó petieterig zijn ze.
Omdat ik ook niet van de grootste ben heb ik ze nog niet eens goed kunnen bekijken, ze komen niet boven de rand van hun hokje uit.
Ik heb al aan Ma Tok gevraagd of ze niet een tafeltje voor hun hok kan zetten, dan kunnen wij daarop gaan zitten om kennis te maken, maar Ma Tok vond het daarvoor nog te vroeg.



Gerrit en Geertje samen in hun hok
Ze moeten eerst aan hun nieuwe hok wennen en dan pas aan alle familieleden, die ze ineens hebben gekregen.
Ik dacht dat ze zo langzamerhand hun hokje wel zouden kennen, ze zitten er nu al een paar dagen in, maar Ma Tok zei dat ze héél lang in hun vorige hok hebben gezeten, wel meer dan zeven jaar.
Oei, dat is inderdaad wel heel erg lang, veel langer dan wij al leven.
En ze hebben ook niet met kippen samengewoond, maar met andere vogels, die nog kleiner waren dan zij.
Dus misschien vinden ze ons wel erg eng en groot.







Babette:

Ik ben het eens met mijn beste vriendin Barbara, ik wil die twee kleintjes ook wel eens goed bekijken.

Babette met haar kuikens
Ik heb gehoord van Laza dat ze grijzig bruin (Gerrit) en zwart (Geertje) zijn, maar horen is toch anders dan zien.
Waar Barbara en ik wel blij om zijn is dat wij nu niet meer de kleinsten zijn hier in de tuin. Goed, toen er kuikens waren waren die ook kleiner dan wij, maar dat was maar tijdelijk.
Deze twee worden nooit groter dan ze nu zijn, dus ze halen ons ook niet in over een poosje.
Niet dat wij het erg vonden om klein te zijn, maar tot de middenmoot behoren is wel prettig.
Je valt dan wat minder op, hè? En opvallen willen kippen niet.
het veilige net over de Tok-tuin
Wie opvalt is prooi.
Niet dat daarop hier ook maar enige kans bestaat met het mooie net boven onze tuin, maar het gaat om het idee.
Dat zit in onze genen, altijd proberen om niet op te vallen. Alleen Geertrui, die trekt zich nooit ergens iets van aan, die loopt gewoon brutaalweg over de tegels te banjeren als er een grote vogel overvliegt.
Ze steekt nog net niet haar tong uit, maar ze zou ertoe in staat zijn.







Geertrui:

Het is me gelukt!!
Wat?
Moet u dat nog vragen?

Desiree en Geertrui: overlevers van het alfabet
Ik heb het gehaald, Ma Tok heeft de twee nieuwelingen een naam met MIJN voorletter gegeven!
Nu ben ik net zover als Desiree, ik heb de hele alfabet-ronde overleefd.
En het kwartelmeisje heeft ze ook nog Geertje genoemd, dat vat ik op als een eerbetoon aan mijn zuster zaliger.
Geertje is tenslotte een afkorting van Geertrui.
Of ik ze al goed bekeken heb, die twee kleintjes?
Nee, niet heel erg goed, maar wel
de tweelingzussen Geertrui en Geertrui
een beetje.
Toen Ma Tok ze in hun hokje zette stond ik natuurlijk met mijn snavel vooraan, bijna tegen Ma Tok's benen. Ik heb mijn nek een beetje verrekt toen ik me zo lang mogelijk maakte, maar dat is nu gelukkig weer over.
Ik heb ook al geprobeerd om ze te bekijken vanaf het dak van het hokje, maar dat gaat ook niet echt gemakkelijk. Je moet je dan in een heel rare bocht wringen om naar binnen te kunnen kijken en die kleintjes werkten ook niet echt mee, ze zaten zover mogelijk van mij af in een hoekje van het hok waar ik niet kon kijken.
Maar dat zal allemaal wel in orde komen.
Ma Tok heeft gezegd dat ze, als ze helemaal gewend zijn, los in de tuin mogen lopen, die Gerrit en Geertje.
Maar dat zal nog wel een hele poos duren, denk ik.

dinsdag 21 november 2017

Groot nieuws


LazaRus:

De familie Tok is groter geworden.
Ik heb daar geen aandeel in gehad, maar ik mag het u meedelen.
Omdat ik hier de baas ben dus.

het kleine hokje
U begrijpt niet hoe dit in zijn werk is gegaan? Eerlijk gezegd begreep ik er ook niets van.
Ma Tok kwam opeens de tuin in met een heel klein hokje, en dan bedoel ik ook echt héél klein. Daar paste geen kip in, ook niet een erg klein krieltje.
Ik dacht: "Wat heb ik nu aan mijn kam hangen?" En ik hoorde Geertrui kakelen: "Wat krijgen we nou, gaan we nu ook vogeltjes in hokjes opsluiten?"
Ma Tok zette het piepkleine hokje in de grote schuur en toen begon ze het nieuwste broedhokje leeg
het broedhokje
te halen.
"Dit had ik natuurlijk al veel eerder schoon moeten maken," hoorde ik haar mompelen.
Alle leden van de familie Tok waren inmiddels zo nieuwsgierig geworden dat wij om haar heen liepen te scharrelen om maar niets te missen van wat er gebeurde.
"Gaan jullie eens een beetje opzij," zei Ma Tok, "straks sta ik op jullie poten en dan is het huis natuurlijk te klein." Welk huis er niet groot genoeg zou zijn vertelde ze er niet bij, maar ik denk dat ze het over het hokje in de schuur had, want dat was echt te klein voor ons, zelfs voor Barbara of Babette, die toch de kleinsten van onze familie zijn.
meelwormpjes snavelen om niet in de weg te lopen
Toen wij ons niet lieten wegsturen strooide ze wat lekkere meelwormpjes voor ons, op een afstandje van het broedhokje.
Tja, toen gingen we die eerst lekker opsnavelen, natuurlijk.
Het gekke was dat Yvonne en Yvette ook lekkers kregen, terwijl zij helemaal niet in de weg hadden gelopen, maar goed, ik gunde ze dat wel, dus ik zei er niets van.
het ingerichte hokje
Eindelijk was het hokje schoon genoeg naar de zin van Ma Tok en ging ze het inrichten. Tabaksteeltjes, bodembedekking, een voerbakje met heel raar voer erin en toen een waterbakje met water.
Dat laatste gaf nog reden tot enige lelijke woorden, omdat het niet helemaal goed terecht kwam in de schone bodembedekking, zodat Ma Tok weer opnieuw kon beginnen met het verwijderen van natte troep en er toen weer droog spul in moest. Maar goed, dat vond ik niet belangrijk, ik was zo langzamerhand wel héél erg benieuwd geworden naar de nieuwe bewoners van dat hokje.
Want dat die in het piepkleine hokje in de schuur zaten was nu wel duidelijk voor mij.
En ja hoor, Ma Tok liep naar de schuur en ze kwam terug met dat houten hokje en ze zette het in het schone broedhok.
Ik rekte me zo veel mogelijk uit om te kunnen zien wie er uit dat kleine hokje tevoorschijn zou komen.
En wat schetst mijn verbazing toen er niet één, maar twéé heel kleine hoenderachtigen uitgehaald werden door Ma Tok. De ene was nog een maat kleiner dan de andere.

Gerrit
Geertje




















Hoe was het mogelijk dat die met hun tweeën in dat piepkleine ding hadden gezeten?
Ik had meteen medelijden met hen en dat zei ik ook tegen ze.

Gerrit
De grootste keek een beetje angstig naar mij en de kleinste durfde helemaal niet te kijken. Ach, dat zal wel goed komen, ze moeten natuurlijk eerst even wennen aan ons, groteren.
Ik nam aan dat ze bij de familie Tok zouden gaan horen en Ma Tok bevestigde dat van harte.
"Ja hoor, Laza, Gerrit en Geertje zijn hiermee volwaardige leden van de familie geworden.
Ik kon mijn oren niet geloven. "Gerrit?" vroeg ik.
"Ja," zei Ma Tok "de grootste is een haantje, maar omdat het kwarteltjes zijn zal hij nooit met je gaan vechten om de macht.
Hij is bovendien al behoorlijk op leeftijd, dus van groeien en groter worden dan jij kan geen
Geertje
sprake zijn."
Dat stelde mij gerust, een herhaling van het drama met Anne C zat er dus niet in.
En ik vind het prima dat er een klein haantje in onze familie bij komt, hij zal ook niet proberen mijn hennen te treden, want daar kan hij dus echt never nooit niet bij. Zelfs niet met een keukentrapje, nee.
We wachten even af hoe het allemaal gaat met de kennismaking, maar als die goed verloopt gaan we dit heuglijke feit van de uitbreiding van de familie natuurlijk uitgebreid vieren hier in de Tok-tuin.
Ik zeg alvast: "KUKELEKUU, hoera!

vrijdag 17 november 2017

Herfst: een lollig of moeilijk jaargetijde?


Nadine:

Koud is het, vind u niet?
Ik vind het niet erg, zolang het maar niet regent. Nat worden is niet fijn, zodat wij voor regen altijd schuilen onder de struiken of in ons huis.

vieze Geertrui
Alleen Geertrui trekt zich niets aan van de regen, terwijl het nat-zijn juist bij haar rare gevolgen heeft voor haar uiterlijk.
Haar kapsel zakt helemaal in, het lijkt net of ze dreadlocks heeft in plaats van een mooie kuif.
Maar ja, Geertrui is Geertrui.
Weet u nog dat zij en haar tweelingzuster zaliger geintjes uithaalden met (ik durf het bijna niet te zeggen) poep?
De ene Geertrui had toen onder de zitstok gezeten en er had iemand per ongeluk wat op haar rug laten vallen. Heel duidelijk zichtbaar op die witte veren van haar. Omdat deze Geertrui toen werd aangesproken als "vieze Geertrui" en de andere als "schone Geertrui" hadden ze iets bedacht om er weer hetzelfde uit te zien. "Schone Geertrui" ging onder de stok zitten en "vieze Geertrui" nam plaats recht boven haar schone witte zus.
Wat "schone Geertrui" toen deed kunt u wel raden.
De viespeuken.



Daantje en Dirkje:

Weet u wat wè leuk findûh?
Storrum.

Daantje in de storm
Foorral als ut flink harrd tekeerr gaat. Ut is lollig om dan achterruit geblasûh te worrdûh, terrwijl je foorruit prrobeerrt te scharrrrelûh.
Wè hebbûh dan de grrootste prret. Wè hebbûh dit nog nooit meegemaakt in ons lefûh. Floorrtje ook niet, maarr sè worrdt een beetjûh een dikkerrdjûh, die kan nog rredeluk
dikke Floortje
standhoudûh tegûh harrde wind, maar wè sèn slank, wè hebbûh meerr last van storrum dan alle anderrûh. Het kan ook meespelûh dat wè het selluf errug grrappig findûh, wè latûh ons rregelmatig omwaaiûh en wè gierrûh het dan uit fan de lach. Pas dedûh wè een wedstrrèd wie het harrdst achterreût kon lopûh, dit natuurrluk met behulp fan Jan de wind.
Het was heerrluk, de één rrende nog harrderr de ferrkeerrde kant op dan de anderr. Tot wè allebèh op ons achterrste belanddûh en niet meerr bijkwamûh fan het lachûh.
Nadine waarrschuwde ons dat wè foorrsichtigerr moestûh sèn, omdat wè anderrs binnenkorrt iets soudûh brrekûh. Wat een âwe-henne-prraatjûs, seg!
Daar sèn wè niet bang foorr hoorr, wè kunnûh prrima fallûh op onse donskontûh.



Maria:

Yvonne en Yvette hebben deze kille tijd uitgekozen om te gaan ruien.
Ik zeg nu dat ze die tijd hebben gekozen, maar dat is natuurlijk niet zo.
De rui overkomt je, daar kun je niets aan doen.

nieuwe veerpennen op de kale plekken
Maar het is wel vervelend, als ze doorgaan zoals nu zitten ze straks in de kou zonder veren. Hun hele hok ligt vol met wit, het lijkt wel alsof het gesneeuwd heeft.
Ik hoop dat hun nieuwe veren snel aangroeien, anders krijgen ze het nog koud straks.
Ma Tok geeft ze al extra eivoer en meelwormpjes, ik hoorde haar zeggen dat de beide grote dames binnenkort kattenvoer krijgen als hun verenpak niet snel weer vol wordt. Dat kattenvoer uit blik zit ook vol eiwit, dat is heel goed voor de aanmaak van nieuwe veren.
Maar gelukkig krijgen Yvonne en Yvette alweer nieuwe veerpennen op hun kale plekken. Ze zijn wel allebei staartloos, dat staat erg bijzonder, om het vriendelijk te zeggen. Eieren leggen ze ook niet nu, natuurlijk, ze hebben al hun krachten nodig voor de verengroei.

Met ons in de winterstop en Yvonne en Yvette in de rui is er nu een ei-arme periode aangebroken voor Pa en Ma Tok.
Gelukkig hebben ze nog een voorraadje in de koelkast staan.